ECLI:NL:RBDHA:2024:13686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van tussenwoning met inpandige garage
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning met inpandige garage en twee parkeerplaatsen, gelegen aan een adres te een plaats, vastgesteld op € 625.000 per 1 januari 2022.
Eiser betoogt dat zijn woning onjuist is vergeleken met andere woningtypes met drie woonlagen, terwijl zijn woning slechts twee woonlagen heeft en dat de inpandige garage ten onrechte tegen dezelfde prijs is gewaardeerd als een souterrain/woonkelder. Tevens wijst eiser op een onderhands verkochte woning als referentie.
Verweerder onderbouwt de vastgestelde waarde met een waarderingsmatrix waarin vergelijkingsobjecten zijn meegenomen en correcties zijn toegepast voor verschillen in gebruiksoppervlak, ligging en voorzieningen. De rechtbank acht de gehanteerde waarderingsmethode en de toegepaste correcties redelijk en wijst het bezwaar af.
De rechtbank oordeelt dat de onderlinge verschillen tussen de woningen adequaat zijn verwerkt en dat de onderhands verkochte woning geen bruikbare referentie vormt voor de WOZ-waarde. De waarde van € 625.000 wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 625.000 wordt ongegrond verklaard.