ECLI:NL:RBDHA:2024:13750

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.13448
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:8 AwbArt. 6:20 AwbArt. 7:10 AwbArt. 8:54 AwbArt. 69 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen visumweigering kort verblijf wegens niet-ontvankelijkheid

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.

De rechtbank stelde vast dat het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond was verklaard, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar geen procesbelang meer oplevert en daarom niet-ontvankelijk is. De beslistermijn voor het bezwaar was conform de Vreemdelingenwet en Awb opgeschort en verlengd, en eiser had de verweerder te vroeg in gebreke gesteld.

Een verzoek om proceskostenveroordeling werd afgewezen. De rechtbank deed uitspraak zonder zitting en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarmee het geschil over het visumbesluit voorlopig is afgesloten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.13448

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. mr. A. Kortrijk),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 27 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift van 25 oktober 2023 tegen de afwijzing van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf.
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser heeft niet gereageerd op de vraag van de rechtbank of hij het beroep handhaaft.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van zijn beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eiser overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het door eiser ingediende bezwaarschrift, wordt vastgesteld dat met de beslissing op het bezwaarschrift is tegemoetgekomen aan het beroep, zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Eiser heeft op 25 oktober 2023 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf. In dit geval is de termijn voor het nemen van een beslissing op het bezwaar op grond van artikel 76, eerste lid, van de Vw [2] negentien weken. Dit is gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. [3] Het primaire besluit dateert van 10 oktober 2023 en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vier weken. [4] De beslistermijn is daarnaast conform artikel 7:10, tweede lid, van de Awb op 1 februari 2024 opgeschort doordat verweerder eiser in de gelegenheid heeft gesteld om nog gronden van bezwaar in te dienen, tot en met 19 februari 2024. Op 19 februari 2024 heeft eiser gronden van bezwaar ingediend en is de beslistermijn verder gaan lopen. Verder heeft verweerder in zijn brief van 1 november 2023 meegedeeld dat hij de beslistermijn met zes weken heeft verdaagd. [5] De beslistermijn eindigt daardoor op 16 mei 2024. Eiser heeft verweerder op 12 maart 2024 in gebreke gesteld. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 27 augustus 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Op grond van artikel 6:8 van Pro de Awb.
4.Op grond van artikel 69, eerste lid, van de Vw.
5.Op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb.