Eiseres diende op 13 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister liet op 17 oktober 2023 weten dat de aanvraag was opgenomen in de nationale procedure, waarmee de beslistermijn van 15 maanden startte. Eiseres stelde de minister op 30 april 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 29 mei 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas ontvankelijk is indien de ingebrekestelling niet te vroeg is ingediend. Hier is de ingebrekestelling prematuur omdat de wettelijke termijn van 15 maanden nog niet was verstreken. Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten en is het kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst het beroep af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 29 augustus 2024.