ECLI:NL:RBDHA:2024:13783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen HTL-plaatsing en vrijheidsbeperkende maatregel na geweldsincident
Eiser, een statushouder van Syrische nationaliteit, werd na een ernstig geweldsincident op 26 juni 2024 waarbij hij een kamergenoot met een glasscherf verwondde, door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen. Tevens legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet.
Eiser voerde aan dat de HTL-plaatsing een onevenredig zware maatregel was, onder meer omdat hij medicatie gebruikt, geen intentie had om te raken en dat eerdere conflicten met de kamergenoot niet door hem waren veroorzaakt. De rechtbank stelde vast dat eiser de feiten en de impact van zijn gedraging niet gemotiveerd betwistte en dat eerdere waarschuwingen en afspraken door eiser werden genegeerd.
De rechtbank oordeelde dat het COa en de minister terecht geen medische contra-indicatie zagen voor de maatregel en dat de HTL-plaatsing geen straf maar een ordemaatregel betreft gericht op gedragsverbetering en bescherming van medebewoners. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de besluiten goed gemotiveerd en rechtmatig zijn genomen.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.