Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 25 januari 2024;
- Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 17 augustus 2023 (p. 15-24);
- Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 augustus 2023 (p. 35-36).
jouwat aandoe, ga ik dan terug naar de gevangenis" en
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
.Hij functioneert op een zwakbegaafd intelligentieniveau
.Daarnaast is sprake van een grote sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand
.De verdachte is de eerste 15 jaar van zijn leven opgegroeid in een onveilige en verwaarlozende thuissituatie, waardoor hij zich onvoldoende sociaal-emotioneel heeft kunnen ontwikkelen. Vanwege de zorgen over zijn thuissituatie is de verdachte in 2020 uit huis geplaatst. De verdachte toont weinig sociaal inlevingsvermogen en kan zich moeilijk in gevoelens en gedachten van anderen verplaatsen. Hij heeft beperkt zicht op zijn eigen emoties en kan moeilijk reflecteren op zijn gedrag. Daarnaast is hij beperkt in zijn impulscontrole en overziet hij de gevolgen van zijn handelen niet. De verdachte functioneert op een laag en kinderlijk sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau. De bij de verdachte vastgestelde problematiek was ten tijde van het bewezenverklaarde aanwezig, waardoor deze stoornis het handelen van de verdachte heeft beïnvloed. Daarom wordt geadviseerd om de bewezenverklaarde feiten hem in verminderde mate toe te rekenen. Ook wordt geadviseerd om voor alle feiten het jeugdstrafrecht toe te passen. Het recidiverisico wordt zonder interventie als hoog en met interventie als gemiddeld ingeschat. De verdachte zou langdurig in een begeleide, gestructureerde en beschermde woonvorm binnen een LVB-setting moeten verblijven. Daarnaast is hij gebaat bij ambulante behandeling en begeleiding door een coach. De verdachte heeft langdurig ondersteuning nodig bij het aangaan van sociale contacten en dagbesteding. Van daaruit kan verdachte wellicht doorstromen naar een vorm van begeleid (zelfstandig) wonen. De deskundigen adviseren aan de verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd en bijzondere voorwaarden, zoals het meewerken aan een behandeltraject, waarbij hij begeleid wordt door de (jeugd)reclassering.
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.Bijlage
10.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
224 (TWEEHONDERDVIERENTWINTIG) DAGEN;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
30 (DERTIG) UREN;
15 DAGEN;
30 (DERTIG) UREN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij de hierbij op een
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;