Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid),de minister.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Boliviaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland deed op 21 februari 2024 een verzoek tot overname aan Spanje, dat niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid van Spanje vanaf 22 april 2024 vaststaat.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat zijn individuele omstandigheden, waaronder politieke activiteiten in Bolivia en zijn seksuele geaardheid, onvoldoende in overweging waren genomen. Hij stelde dat hij risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Spanje.
De rechtbank oordeelt dat de minister het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en dat het gebruik van standaardoverwegingen niet leidt tot onzorgvuldigheid. Er is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering op overdracht rechtvaardigen. De vrees van eiser voor de Boliviaanse autoriteiten en het ontbreken van bescherming in Spanje zijn onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Eiser mag worden overgedragen aan Spanje en krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Spanje.