Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid),de minister.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag in Nederland omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De minister nam het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen en eiser over te dragen aan Duitsland. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en verklaarde het kennelijk ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende is ingegaan op de individuele omstandigheden van eiser en de passages uit het AIDA-rapport over de Duitse asielprocedure. De minister heeft gemotiveerd dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening en dat de versnelde procedure in Duitsland niet op eiser van toepassing is. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Duitse asielprocedure of schending van internationale verplichtingen.
De rechtbank volgde recente jurisprudentie dat in Dublinprocedures niet wordt getoetst aan indirect refoulement. Eiser wordt overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier K.E. Mulder en is gepubliceerd op 30 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij mag worden overgedragen aan Duitsland.