ECLI:NL:RBDHA:2024:13854
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging maatregel bewaring niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de maatregel van bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen. Deze maatregel was genomen op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met het hoofdberoep behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, terwijl de minister wel vertegenwoordigd was. Tijdens de behandeling is vastgesteld dat de maatregel van bewaring op 17 augustus 2024 is opgeheven.
Gelet op het feit dat de bewaring niet langer van kracht is, heeft verzoeker geen belang meer bij de gevraagde voorlopige voorziening. Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de maatregel van bewaring is niet-ontvankelijk verklaard omdat de bewaring is opgeheven.