ECLI:NL:RBDHA:2024:13856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep op 13 augustus 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het standpunt van de minister dat het beroep een herhaling van eerdere zienswijzen bevat. Eiser heeft namelijk nieuwe gronden aangevoerd over het ontbreken van informatie en reactiemogelijkheden met betrekking tot het verzoek om terugname door Duitsland.
De rechtbank stelt vast dat het besluit zorgvuldig en deugdelijk is genomen. Tijdens het aanmeldgehoor is aan eiser gevraagd of hij bezwaar had tegen terugkeer naar Duitsland, waarop hij geen concreet bezwaar maakte. Ook is hij geïnformeerd over het verzoek om terugname en heeft hij de mogelijkheid gehad om te reageren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het besluit van de minister in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S. Kompier en griffier H.C.M. Pijnenburg.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.