ECLI:NL:RBDHA:2024:13861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek opvang alleenstaande asielzoekers in België
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser gegrond verklaard tegen het besluit van 13 mei 2024 waarbij de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling nam, omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank oordeelde dat er concrete aanwijzingen zijn dat alleenstaande, meerderjarige, niet-kwetsbare mannelijke asielzoekers bij overdracht aan België een reëel risico lopen op langdurige ontbering van opvang, wat in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
Verweerder werd in een tussenuitspraak van 19 juli 2024 in de gelegenheid gesteld nader onderzoek te doen in België en de motivering te verbeteren, maar heeft dit geweigerd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de tussenuitspraak en deze uitspraak. Indien verweerder opnieuw niet in behandeling neemt, moet hij het onderzoek alsnog uitvoeren en motiveren waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog geldt. Verweerder is tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.750,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering over de opvangsituatie in België.