ECLI:NL:RBDHA:2024:13863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische eiser wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas
Eiser, een Somalische staatsburger, verzocht op 25 juni 2023 asiel in Nederland. Hij stelde dat zijn dochter was ontvoerd door Al Shabaab, hij zelf mishandeld werd om toestemming te geven voor het uithuwelijken van zijn dochter, en dat zijn broer was vermoord. Tevens zou hij bedreigd zijn vanwege het verkopen van spullen aan de lokale legerbasis.
De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek af op grond van artikel 31 lid 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de identiteit en herkomst van eiser wel geloofwaardig werden geacht, maar zijn verklaringen over de ontvoering, mishandeling en bedreigingen niet. De rechtbank bevestigde deze beoordeling na behandeling van het beroep op 22 augustus 2024.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser vaag en tegenstrijdig waren, onder meer over tijdstippen en omstandigheden van de ontvoering en mishandeling. Ook de door eiser overgelegde documenten van de Somalische politie boden onvoldoende bewijs voor zijn verhaal. De rechtbank vond dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.