ECLI:NL:RBDHA:2024:13889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing intrekking beroep en proceskostenvergoeding wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker heeft op 17 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn familieleden, ingediend op 15 mei 2023. Op 22 augustus 2024 heeft de minister alsnog het besluit genomen en de aanvraag ingewilligd.
Naar aanleiding van deze intrekking van het beroep verzocht verzoeker om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog het besluit te nemen.
Op grond van artikel 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, waaronder het griffierecht van €187 en een bedrag van €437,50 voor rechtsbijstand. De rechtbank stelt een lichte wegingsfactor toe vanwege de aard van het beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier E.C. Jacobs op 28 augustus 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf.