ECLI:NL:RBDHA:2024:13900
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 juli 2024 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft bij uitspraak in een gerelateerde zaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op het bestreden besluit ongegrond is verklaard.