ECLI:NL:RBDHA:2024:13902

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
C/09/670642 / KG RK 24-1132
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij zittingsverplaatsing

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. E. Kouwenhoven, rechter bij de rechtbank Den Haag, vanwege het niet verlenen van uitstel voor de mondelinge behandeling van de hoofdzaken. Verzoeker stelde dat dit voortkwam uit vooringenomenheid, mede omdat hij als gemoedsbezwaarde geen medische verklaring kon overleggen.

De wrakingskamer benadrukte dat een beslissing om een zitting te verplaatsen een procedurele beslissing is en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen bepaalt dat dergelijke beslissingen geen grond voor wraking kunnen vormen. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de wrakingskamer toetst niet de juistheid van de beslissing zelf.

Alleen indien de motivering van de beslissing objectief niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan wraking worden toegewezen. Dit was in deze zaak niet het geval. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen zonder mondelinge behandeling.

De procedure in de hoofdzaken wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2024/60
zaak- /rekestnummer: C/09/670642 / KG RK 24-1132
Beslissing van 27 augustus 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. E. Kouwenhoven,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft per e-mail d.d. 5 augustus 2024 met bijlagen een wrakingsverzoek gedaan.
1.2.
De wrakingskamer heeft de beschikking over de dossiers in de hoofdzaken.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met de nummers SGR AWB 24/1036 ZKTKST V24 en SGR 24 / 202 WRB (hierna: de hoofdzaken).
2.2.
Het wrakingsverzoek luidt, voor zover van belang voor de beoordeling van het wrakingsverzoek, als volgt:
“op grond negeren gezondheid klachten. wordt uw bestuursrechtbank gewraakt . met het verzoek mondelinge zitting .”

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Naar de wrakingskamer uit het wrakingsverzoek en de dossiers in de hoofdzaken begrijpt is verzoeker van mening dat de rechter vooringenomen is nu er geen uitstel is verleend voor de mondelinge behandeling van de hoofdzaken omdat verzoeker geen medische verklaring heeft overgelegd, terwijl verzoeker, als gemoedsbezwaarde, geen medische verklaring kan overleggen.
3.3.
Een beslissing om een zitting te verplaatsen is een procedurele beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Alleen als de motivering van die (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat hiervan sprake is, is echter niet gebleken. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek, voor zover het is gebaseerd op de (tussen)beslissing, niet toewijsbaar is.
3.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot wraking af;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
4.3.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaken;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.