ECLI:NL:RBDHA:2024:13932
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor arbeid als zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing
Eiseres, een Filipijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd afgewezen omdat zij onvoldoende informatie en stukken had overgelegd, waaronder een summier ondernemingsplan zonder financiële onderbouwing. Verweerder was daarom niet gehouden de aanvraag door te sturen naar de Minister van Economische Zaken.
Eiseres stelde dat zij in de bezwaarfase had moeten worden gehoord en dat haar aanvraag wel degelijk voldoende was onderbouwd, mede gezien haar beginnende onderneming. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres geen stukken had overgelegd om de aanvraag aan te vullen en dat verweerder haar hoorplicht niet had geschonden, mede omdat zij in de bezwaarfase wel juridische bijstand had.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet bevoegdheidsoverschrijdend had gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd zonder zitting afgewezen wegens het ontbreken van connexiteit met het beroep. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.