ECLI:NL:RBDHA:2024:13942

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
NL24.22571
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel 'familie- en gezinsleven'. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou schorsen totdat op haar bezwaar is beslist.

De minister van Asiel en Migratie verzette zich niet tegen het verzoek. De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was en dat uitzetting niet passend was zolang het bezwaar niet is behandeld. Daarom werd het primaire besluit geschorst en werd de uitzetting verboden.

Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting van verzoekster totdat op bezwaar is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.22571
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes), en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister,
(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Inleiding

1. In het besluit van 1 mei 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘familie- en gezinsleven’ afgewezen.
2. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
3. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.
5. De minister heeft in een brief van 31 juli 2024 laten weten dat zij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
6. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoekster behoort te worden afgezien totdat op haar bezwaar is beslist, wijst de voorzieningenrechter de
voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoekster tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt.
7. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat de minister aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
8. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding van de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 875,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • schorst het primaire besluit en verbiedt de minister verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoekster te vergoeden;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 augustus 2024

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.