ECLI:NL:RBDHA:2024:13972
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verwijzing Kroatië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 juli 2024 waarbij de minister de asielaanvraag niet in behandeling nam omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 juli 2024 samen met een verwante zaak. Omdat op die datum al uitspraak werd gedaan in het hoofdberoep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. P.J.M. Mol en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op de hoofdzaak al uitspraak is gedaan.