Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[minderjarige](V-nummer [V-nummer 3] )
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, waaronder een minderjarige, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht besloten het onderzoek ter zitting achterwege te laten en het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen.
De beslissing volgt op de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummers NL24.25017 en NL24.25019) waarin het beroep is behandeld. Gezien de uitkomst van die bodemzaak worden verzoekers de gemaakte proceskosten vergoed. De minister wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 875 voor beide samenhangende zaken.
De uitspraak is gedaan op 30 augustus 2024 door de voorzieningenrechter mr. B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers.