Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 2 juli 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen, met als reden dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd gevraagd om opschorting van de rechtsgevolgen van het besluit totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geconstateerd dat op dezelfde dag een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.27058) waarin het beroep is behandeld. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Om die reden is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.