ECLI:NL:RBDHA:2024:14006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afghaanse bewaker valt niet onder speciale voorziening overbrenging naar Nederland
Eiser, een Afghaanse bewaker die voor de Nederlandse missie werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland. Zijn aanvraag werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat hij niet behoort tot de afgebakende groep Afghanen die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 zijn genoemd. Eiser stelt dat hij wel onder deze groep valt en dat andere ASG-bewakers wel zijn overgebracht, waardoor sprake zou zijn van ongerechtvaardigd onderscheid en schending van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich pas op 18 februari 2023 bij Defensie heeft gemeld en daarmee buiten de afgebakende groep valt. De speciale voorziening is beperkt tot personen die vóór 11 oktober 2021 een verzoek tot overbrenging hebben ingediend of bekend waren bij Defensie. De rechtbank stelt dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat het kabinet beleidsvrijheid heeft om criteria vast te stellen. Het beleid is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en de minister schendt geen fundamentele rechten door de overkomst van personen buiten dit beleid niet te faciliteren.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn situatie vergelijkbaar is met andere overgebrachte ASG-bewakers. Verder is er geen ruimte voor een verdergaande toetsing van individuele omstandigheden bij de aanvraag. Het bezwaar van eiser is terecht kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van de Afghaanse bewaker wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn overbrengingsverzoek blijft in stand.