ECLI:NL:RBDHA:2024:14011
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 juli 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
Op 18 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat nu de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.