ECLI:NL:RBDHA:2024:14017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting naar Algerije
De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 april 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, die nog voortduurt. De rechtbank heeft deze voortduren van de maatregel getoetst op rechtmatigheid sinds 7 juni 2024, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser voerde aan dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn omdat hij meewerkend is en ziek was op een geplande presentatie.
De minister erkent dat detentie zwaar valt maar ziet geen aanleiding voor een lichter middel omdat eiser niet detentieongeschikt is en geen gehoor geeft aan de vertrekplicht. De minister zet in op het verstrekken van een laissez-passer (lp) door Algerije, op basis van een nationaliteitsbevestiging, met toezegging van de consul dat de lp wordt verstrekt indien vluchtgegevens tijdig worden aangeleverd. Een vlucht is geboekt voor 18 oktober 2024 en de gegevens zijn tijdig verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat de minister mag vertrouwen op de toezegging van de consul en dat de langere periode tussen vluchtaanvraag en vertrek verklaarbaar is door de logistiek rondom vluchten en escorts. Er is voldoende zicht op uitzetting, ook specifiek voor eiser, en de minister heeft voldoende voortvarend gehandeld met rappelleringen en vertrekgesprekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortdurende maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.