ECLI:NL:RBDHA:2024:14021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vrijheidsbeperkende maatregel in Handhaving- en Toezichtlocatie Hoogeveen
Eiser is door de minister vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij verplicht werd zich binnen een deel van de gemeente Hoogeveen te bevinden, gekoppeld aan zijn plaatsing in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL). Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische situatie, waaronder een alcoholverslaving, en dat het besluit niet met het GZA was besproken.
De minister verwees naar het plaatsingsbesluit van het COa van 24 juni 2024, tegen welk besluit geen beroep was ingesteld. De rechtbank oordeelde dat dit plaatsingsbesluit rechtmatig is en niet ter toetsing ligt in deze procedure. De gronden van eiser betreffen het plaatsingsbesluit en kunnen daarom niet in deze zaak worden beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens het gehoor geen medische omstandigheden had aangevoerd en dat het plaatsingsbesluit op juiste wijze aan eiser was bekendgemaakt, ondanks dat de gemachtigde dit ontkende te hebben ontvangen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard omdat het plaatsingsbesluit niet ter toetsing ligt en rechtmatig is.