ECLI:NL:RBDHA:2024:14027
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Nigeriaanse verzoeker
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 3 juni 2024 door de minister afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 31 juli 2024 behandeld. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak op het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.23598) een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 8 augustus 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.