ECLI:NL:RBDHA:2024:14049
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 23 juli 2024 van de minister van Asiel en Migratie betreffende zijn asielaanvraag. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij tijdens de behandeling van het beroep aan Kroatië wordt overgedragen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening omdat de minister heeft meegedeeld dat de behandeling van het beroep niet in Nederland mag plaatsvinden. De kern van het geschil betreft de vraag of de minister nog mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, een kwestie die in de hoofdzaak door een meervoudige kamer zal worden behandeld.
Gezien het belang van de uitkomst van de hoofdzaak en de afwezigheid van een geplande zitting van de meervoudige kamer, besloot de voorzieningenrechter het verzoek toe te wijzen. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt overdracht aan Kroatië totdat op het beroep is beslist.