ECLI:NL:RBDHA:2024:14055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse nationaliteit wegens ontbreken reëel risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit dragende persoon, diende op 6 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij verliet Oezbekistan in november 2021 en verbleef daarna kort in Oekraïne en Polen voordat hij in maart 2022 in Nederland arriveerde. De minister wees de aanvraag af op 27 mei 2024, stellende dat er geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer bestaat.
De rechtbank bevestigt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in negatieve belangstelling van de Oezbeekse autoriteiten zal komen. De minister baseerde zich op betrouwbare landeninformatie van de Noorse immigratiedienst en het TOELT-rapport. Zelfs ondervragingen op de luchthaven worden niet als een schending van artikel 3 EVRM Pro beschouwd.
Eisers argumenten over mogelijke religieuze vervolging als moslim en vermeende toenemende aandacht voor terugkeerders werden niet gevolgd, mede omdat deze pas in beroep werden ingebracht en onvoldoende concreet onderbouwd waren. De rechtbank oordeelt dat de minister zijn onderzoeksplicht heeft nageleefd en het besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser ongelijk krijgt en terug moet keren naar Oezbekistan. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt definitief afgewezen.