ECLI:NL:RBDHA:2024:14056
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek vreemdeling
Verzoeker heeft tegen het besluit van 10 mei 2024, waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot uitstel van vertrek werd afgewezen, twee beroepen ingesteld. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de rechtsgevolgen van het bestreden besluit opschort totdat op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij eerdere uitspraken van 22 augustus 2024 de beroepen gegrond zijn verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening als ongegrond wordt afgewezen. Wel wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien er geen hoger beroep of verzet tegen openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.