ECLI:NL:RBDHA:2024:14060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 5 augustus 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting. Eiser heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser de feitelijke gronden voor de bewaring niet heeft betwist en dat deze gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen. Eiser klaagt over onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij de uitzettingsprocedure, met name het gebrek aan een gesprek met het IOM, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door tijdig vertrekgesprekken te voeren, een laissez-passer te verkrijgen en een vlucht aan te vragen.
De rechtbank benadrukt dat het traject bij het IOM losstaat van de inbewaringstelling en het vertrektraject via de Dienst Terugkeer en Vertrek, en dat eiser een klacht kan indienen bij het IOM indien hij ontevreden is over dat proces. De ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.