ECLI:NL:RBDHA:2024:14063

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
4 september 2024
Zaaknummer
AWB 23_10455
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 66a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens verlopen inreisverbod en ontbreken procesbelang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een inreisverbod van één jaar dat op 15 juni 2023 aan hem is opgelegd. Het beroep werd ingediend op 28 juni 2023. De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat het inreisverbod inmiddels van rechtswege is verlopen.

De rechtbank heeft eiser bij brief van 18 juni 2024 in de gelegenheid gesteld om zijn belang bij het beroep aan te tonen, maar eiser heeft niet gereageerd. Volgens vaste jurisprudentie moet een beroep worden afgewezen als de indiener geen belang heeft, hetgeen hier het geval is.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 3 september 2024 en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard wegens het verlopen van het inreisverbod en het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10455

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2023 is aan eiser een inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgelegd voor de duur van één jaar.
Eiser heeft op 28 juni 2023 beroep ingesteld tegen het inreisverbod.
Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben ingezonden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan de bestuursrechter, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat hij kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Na kennis genomen te hebben van de stukken ziet de rechtbank in deze procedure aanleiding om met toepassing van deze bepaling uitspraak te doen. Zij overweegt hiertoe als volgt.
3. Volgens vaste jurisprudentie moet een bezwaar, beroep of (incidenteel) hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht. Indien het aangewende rechtsmiddel de indiener ervan wel in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit dan wel eventuele bijkomende beslissingen en voldaan is aan de overige ontvankelijkheidsvereisten, moet het rechtsmiddel ontvankelijk worden geacht, moeten de door de indiener aangevoerde gronden worden onderzocht en moet worden beoordeeld of het rechtsmiddel wel of niet gegrond is.
4. De rechtbank stelt vast dat het opgelegde inreisverbod inmiddels van rechtswege is verlopen. Derhalve is eiser bij brief van 18 juni 2024 in de gelegenheid gesteld om zijn belang bij het ingestelde beroep aan te tonen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Nu noch is gesteld dan wel is gebleken dat eiser een (proces)belang heeft bij een beoordeling van dit – vervallen – inreisverbod, is het beroep niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.