ECLI:NL:RBDHA:2024:14067
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielverblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 15 juli 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 8 augustus 2024, samen met het beroep. Bij uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.29140) is het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, is een voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.