ECLI:NL:RBDHA:2024:14068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onjuiste Dublinverordeningtoepassing
Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende op 12 april 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling met het argument dat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder een Frans visum had gehad en Frankrijk akkoord was met overname.
De rechtbank oordeelt dat de geldigheidsduur van het Franse visum op het moment van de aanvraag meer dan zes maanden was verlopen. Volgens artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening betekent dit dat Nederland verantwoordelijk is, ook al heeft eiser de EU verlaten door naar Zwitserland te reizen. De rechtbank interpreteert de zinsnede 'en hij het grondgebied van de lidstaten niet heeft verlaten' als een toelichting en niet als een harde voorwaarde.
De verwijzing van de minister naar artikel 19 van Pro de Dublinverordening wordt verworpen omdat eiser geen verblijfstitel heeft ontvangen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de minister en bepaalt dat Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.