ECLI:NL:RBDHA:2024:1408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 6 oktober 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn verlengde met drie maanden, waardoor uiterlijk op 4 april 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde de staatssecretaris op 1 mei 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 23 oktober 2023 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Gelet op het voornemen van de staatssecretaris tot herstel van het verzuim en nader onderzoek, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en in de proceskosten van eiseres van €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.