ECLI:NL:RBDHA:2024:14192

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 augustus 2024
Publicatiedatum
5 september 2024
Zaaknummer
NL24.29694
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaard

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit dat op 18 november 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig was uitgereikt, maar de rechtbank oordeelde dat het besluit ambtelijk is uitgereikt en dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid te twijfelen.

De rechtbank benadrukte dat het feit dat er destijds geen beroep is ingesteld tegen het terugkeerbesluit, niet betekent dat de uitreiking niet rechtmatig was. Daarnaast werd toegelicht dat het terugkeerbesluit gelijktijdig met een maatregel van bewaring is uitgereikt, waartegen ook geen beroep is ingesteld. De beroepstermijn van vier weken is inmiddels verstreken.

Op basis hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verstreken beroepstermijn en rechtsgeldige uitreiking.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29694
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Terpstra),

en
de Minister van Migratie en Asiel (voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid), de minister
(gemachtigde: S.H.F. Pols).

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris van justitie en veiligheid aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft op 25 juli 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2024, gelijktijdig met het beroep van eiser in de bewaringszaak met kenmerk NL24.29619, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Tribak. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1982.
2. Eiser stelt dat het bestreden besluit nog niet in rechte vast staat, omdat het niet duidelijk is of het terugkeerbesluit is uitgereikt aan eiser.
3. De rechtbank oordeelt dat, anders dan eiser stelt, het bestreden besluit in rechte vast staat. In het bestreden besluit staat opgenomen dat een afschrift van het besluit onmiddellijk aan de vreemdeling is uitgereikt. Het gaat om een ambtsedig opgemaakt stuk en er is geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid hiervan. Het feit dat er destijds geen beroep is ingesteld tegen het terugkeerbesluit, maakt op zichzelf niet dat getwijfeld moet worden aan de rechtmatige uitreiking van het besluit. Op de zitting heeft de gemachtigde van de minister verder toegelicht dat het terugkeerbesluit destijds gelijktijdig
met de toen opgelegde maatregel van bewaring is uitgereikt. Tegen beide besluiten is toen geen beroep ingesteld. De beroepstermijn van vier weken is al lang verstreken.
4. Het voorgaande betekent dat het beroep tegen het terugkeerbesluit niet- ontvankelijk is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. R.A. Oelen, griffier.
12 augustus 2024

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: