ECLI:NL:RBDHA:2024:14285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Hij stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend werkte aan zijn uitzetting naar Ghana en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder was getoetst en tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richtte zich op de rechtmatigheid vanaf 10 juli 2024. Uit het voortgangsrapport bleek dat verweerder meerdere pogingen had ondernomen om de uitzetting te realiseren, waaronder meerdere rappelleringen bij de Ghanese autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser.
Hoewel een geplande presentatie bij de Ghanese autoriteiten was geannuleerd, achtte de rechtbank dit onvoldoende om te concluderen dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht. Bovendien had eiser zelf geen medewerking verleend aan zijn terugkeer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.