Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Migratie en Asiel, (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Gronden van de maatregel
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd op 30 juli 2024 door de minister van Migratie en Asiel in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd opgeheven op 6 augustus 2024, omdat eiser was overgedragen aan Oostenrijk. Eiser stelde dat hij niet had ingestemd met een asielaanvraag in Oostenrijk en betwistte de rechtmatigheid van zijn overdracht.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht mocht aannemen dat een asielverzoek in Oostenrijk bestond, gelet op een Eurodac-treffer, een claimakkoord van Oostenrijk en een Dublinbeschikking. Het beroep van eiser tegen deze feiten werd ongegrond verklaard. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de door de minister aangevoerde zware en lichte gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.