Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Migratie en Asiel, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser, van Tunesische nationaliteit, is op 29 juli 2024 in bewaring gesteld door de minister van Migratie en Asiel op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de grondslag van de maatregel en stelt dat artikel 59b van toepassing had moeten zijn vanwege zijn asielaanvraag in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel terecht is opgelegd op basis van artikel 59a, omdat eiser eerder asielaanvragen in Roemenië en Oostenrijk heeft gedaan. De minister heeft een concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt. De zware gronden 3a (niet op voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen) en 3b (onttrekking aan toezicht) zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Eisers stelling dat een lichter middel had moeten worden toegepast wordt verworpen, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat dit niet passend is gezien het risico op onttrekking. De rechtbank toetst ambtshalve en concludeert dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig is geweest.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.