De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010, vanwege ernstige gedragsproblemen en escalaties in de thuissituatie. De minderjarige vertoont verbaal en fysiek agressief gedrag richting zijn moeder, gebruikt wiet en is betrokken bij vandalisme. De moeder is pedagogisch onmachtig en kan de veiligheid van het gezin niet waarborgen.
Na een mondelinge behandeling met gesloten deuren, waarbij ook de minderjarige is gehoord, oordeelt de kinderrechter dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld. De uithuisplaatsing is noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en om acute bedreigingen weg te nemen.
De kinderrechter wijst het verzoek toe voor een periode van drie maanden, van 6 september 2024 tot 23 november 2024. Gedurende deze periode zal onderzocht worden wat de oorzaak is van het gedrag van de minderjarige en welke hulpverlening nodig is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is binnen drie maanden mogelijk.