ECLI:NL:RBDHA:2024:1436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 26 januari 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
Eiser stelde dat Zweden het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege structurele tekortkomingen in de opvang, beperkte toegang tot gezondheidszorg en onvoldoende rechtsbijstand. Hij verwees naar rapporten over geweld, overbevolking en psychische problemen in Zweedse asielcentra en stelde dat dit in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 2 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. De enkele incidenten en verschillen in rechtsbijstand zijn onvoldoende om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook artikel 17 Dublinverordening Pro, dat bijzondere omstandigheden kan rechtvaardigen, werd niet van toepassing geacht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.