ECLI:NL:RBDHA:2024:14387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil is of de ingebrekestelling die eiser heeft gedaan geldig is. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist voordat beroep kan worden ingesteld. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3 dat sinds 27 januari 2023 van kracht is.
Eiser betwist dat de verlenging rechtsgeldig is, maar de rechtbank volgt de eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging gerechtvaardigd is vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser zijn aanvraag op 12 november 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot 12 februari 2025. De ingebrekestelling van 7 juni 2024 is dus te vroeg gedaan.
Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.