In deze civiele procedure tussen Puma SE en Sporttrading Holland B.V. heeft de rechtbank Den Haag op 11 september 2024 uitspraak gedaan over de proceskosten na een tussenvonnis van november 2023.
Puma had haar vordering tot betaling van advocaatkosten beperkt tot €17.500 en maakte aanspraak op €14.114,30 aan verschotten, waaronder beslagkosten. Sporttrading betwistte een deel van deze verschotten, met name griffierechten behorende bij een eerdere kort gedingprocedure, kosten voor een bespreking met de deurwaarder en ongespecificeerde kosten zoals een slotenmaker.
De rechtbank passeerde het bezwaar tegen de griffierechten omdat deze ambtshalve worden toegewezen en wees de kosten voor de bespreking met de deurwaarder af omdat deze niet noodzakelijk werden geacht. Het bezwaar tegen de beslagkosten faalde omdat de rechtbank deze kosten, ondanks het ontbreken van specificaties, noodzakelijk en redelijk achtte gezien de complexiteit van het beslag.
De proceskosten werden begroot op in totaal €29.957,56, waarvan €17.500 advocaatkosten, €11.394,19 beslagkosten en €885,37 overige verschotten. Sporttrading werd veroordeeld tot betaling van deze kosten, met wettelijke rente en extra kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.