Eiser, een Turkse staatsburger, diende op 13 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 15 juli 2024 af wegens ongeloofwaardigheid van de asielmotieven, waaronder problemen met de familie van zijn vrouw vanwege een schaking en een later ingebracht asielmotief.
De rechtbank oordeelde dat het nieuwe asielmotief dat eiser in de zienswijze naar voren bracht ten onrechte niet is betrokken bij de beoordeling. Volgens de rechtbank mag een nieuw asielmotief niet zonder inhoudelijke beoordeling worden afgewezen alleen omdat het laat is aangevoerd, tenzij er een verschoonbare reden ontbreekt. Tevens vond de rechtbank dat de minister ten onrechte de geloofwaardigheid van de problemen met de familie van de vrouw heeft betwijfeld zonder voldoende motivering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de minister acht weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.