ECLI:NL:RBDHA:2024:14411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 20 maart 2024 en een inreisverbod van 11 april 2024 opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft de beroepen op 29 augustus 2024 behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht toegekend.
De minister legde het terugkeerbesluit op omdat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef, zich niet aan toezicht had gehouden, geen vaste woon- of verblijfplaats had en onvoldoende middelen van bestaan beschikte. Het inreisverbod van twee jaar werd opgelegd omdat geen omstandigheden waren die daaraan in de weg stonden, en het gezinsleven kon volgens de minister ook op afstand worden onderhouden.
De rechtbank oordeelt dat eiser sinds 20 september 2022 geen rechtmatig verblijf meer heeft en dat de minister terecht het terugkeerbesluit heeft opgelegd. Het ontbreken van een vertrektermijn is gerechtvaardigd vanwege het risico op onttrekking aan toezicht. De door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals uitlevering en detentie, leiden niet tot een ander oordeel.
Ook het beroep tegen het inreisverbod faalt, mede omdat de relatie met de Nederlandse partner beëindigd is en het gezinsleven op alternatieve wijze kan worden ingevuld. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, waardoor de besluiten in stand blijven en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven van kracht.