Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en M. Verhoof-Vilairatino, tolk in de Thaise taal;
- de stiefvader;
- [naam 1] namens de Raad;
- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009, vanwege ernstige zorgen over haar psychische gesteldheid en suïcidale uitingen sinds 2022. Ondanks pogingen tot vrijwillige hulpverlening, werd deze gefrustreerd door terugtrekking van toestemming door de moeder en ambivalente houding ten opzichte van plaatsing.
De moeder stemde in met de voorlopige ondertoezichtstelling maar verzette zich tegen de uithuisplaatsing. De stiefvader benadrukte de impact van de situatie en het belang van psychische hulp, evenals de wens van de minderjarige zelf. De kinderrechter voerde een mondelinge behandeling met gesloten deuren en voerde een telefonisch gesprek met de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging weg te nemen. De machtiging tot uithuisplaatsing is eveneens noodzakelijk in het belang van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt van 25 januari 2024 tot 11 april 2024.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden wegens ernstige psychische problemen en suïcidale uitingen.