ECLI:NL:RBDHA:2024:14435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding vermogensschade door PTSS en ontslag bij politie
Eiser, voormalig politieambtenaar, vordert een hogere schadevergoeding wegens vermogensschade die hij stelt te hebben geleden door een beroepsziekte (PTSS) en een onrechtmatig ontslag. Verweerder kende eerder een bedrag van €550.000 toe, maar heroverwoog dit besluit en concludeerde dat geen juridische basis bestond voor vergoeding van de gevorderde vermogensschade.
De rechtbank beoordeelt dat er geen concrete afspraken waren over de vergoeding van zuivere vermogensschade en dat verweerder in bezwaar terecht een volledige heroverweging maakte. Hoewel verweerder aansprakelijkheid erkende voor de PTSS en de daaruit voortvloeiende restschade, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het ontslag onrechtmatig was of dat het causaal verband met de vermogensschade bestaat.
Eiser heeft nagelaten zijn financiële positie en de directe gevolgen van het ontslag en de PTSS met bewijs te onderbouwen. De rechtbank constateert dat er aanwijzingen zijn dat eiser betrokken was bij horecaondernemingen en dat het faillissement en de verkoop van woningen niet direct zijn veroorzaakt door het ontslag of de PTSS.
Het verzoek om een getuige te horen wordt afgewezen omdat dit geen invloed zal hebben op de uitkomst. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit, waardoor de schadevergoeding niet wordt verhoogd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de toegekende schadevergoeding van €550.000 blijft ongewijzigd.