ECLI:NL:RBDHA:2024:14436
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zwakbegaafde verdachte wegens twijfel aan wetenschap van kwetsbaarheid slachtoffer
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van seksueel binnendringen van een persoon met een verstandelijke beperking in maart 2019. Het slachtoffer had een IQ van 45 en een sociaal-emotioneel functioneren vergelijkbaar met een jong kind, waardoor zij niet in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken.
De kern van het geschil was of het slachtoffer als kwetsbaar persoon in de zin van artikel 243 Sr Pro kon worden aangemerkt en of verdachte hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Diverse psychologische rapporten toonden aan dat verdachte functioneert op een zwakbegaafd niveau, wat zijn vermogen om de beperking van het slachtoffer in te schatten beïnvloedde.
Gezien de omstandigheden, waaronder het zelfstandig wonen van het slachtoffer met begeleiding en het cognitieve niveau van verdachte, kon de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte wist van de beperking van het slachtoffer. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De uitspraak benadrukt het belang van wetenschap omtrent kwetsbaarheid in strafrechtelijke aansprakelijkheid bij seksuele delicten en de rol van cognitieve beperkingen van de verdachte bij de beoordeling daarvan.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist of had moeten weten van de kwetsbaarheid van het slachtoffer.