ECLI:NL:RBDHA:2024:14453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen kennelijk ongegronde opvolgende asielaanvraag
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juli 2024 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 5 september 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat het hier gaat om een opvolgende asielaanvraag die op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 als kennelijk ongegrond is verklaard. De eiser stelde dat ten onrechte geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vw Pro heeft plaatsgevonden, maar de rechtbank stelt vast dat dit bij een opvolgende aanvraag niet vereist is. Hoewel medische klachten zijn onderzocht door Medifirst, is dit geen reden voor een aanvullend onderzoek door de BMA voor uitstel van vertrek.
De rechtbank ziet geen schending van de Procedurerichtlijn en concludeert dat de rechten van eiser niet zijn geschonden en geen nader onderzoek noodzakelijk was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard.