ECLI:NL:RBDHA:2024:14456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser, een Marokkaanse nationaliteithebbende, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd op 19 november 2023 opgelegd en op 15 augustus 2024 opgeheven door verweerder. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit een eerdere uitspraak bleek dat de maatregel tot 26 juli 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna tot de opheffing.
Eiser voerde aan dat de belangenafweging niet inzichtelijk was gemaakt en dat de bewaring te lang duurde, mede door onvoldoende aandringen op presentatie aan de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder stelde dat ondanks herhaaldelijke rappellering geen laissez-passer was afgegeven en dat voortzetting van de bewaring geen gewenst resultaat meer zou opleveren.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de bewaring onrechtmatig was in de relevante periode. Verweerder had voldoende voortvarend gehandeld en eiser had zich passief opgesteld, wat een voortvarende uitzetting belemmerde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.