ECLI:NL:RBDHA:2024:1447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen opvolgende asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Frankrijk
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende een tweede asielaanvraag in Nederland in nadat haar eerste aanvraag was toegewezen aan Frankrijk op grond van de Dublinverordening. Verweerder nam de opvolgende aanvraag niet in behandeling met het argument dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege structurele tekortkomingen in de Franse opvang en asielprocedure, met verwijzing naar het AIDA-rapport en de arresten Tarakhel en Ilias en Ahmed. Zij stelde dat zij als alleenstaande vrouw bijzonder kwetsbaar is en dat overdracht zou leiden tot indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt of dat er een reëel risico is op onmenselijke behandeling. De enkele stelling van kwetsbaarheid volstaat niet en het beroep op jurisprudentie werd niet gevolgd. Ook de bijzondere omstandigheden en binding met Nederland waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de overdracht aan Frankrijk rechtmatig is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Frankrijk blijft gehandhaafd.