Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, heeft op 20 februari 2024 asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit is vastgesteld na onderzoek in Eurodac en een verzoek tot terugname dat door Duitsland is geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland niet langer geldt vanwege gebreken in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, alsmede vanwege zijn medische klachten en onvoldoende behandeling in Duitsland. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom het vertrouwensbeginsel niet zou gelden en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser in Duitsland geen adequate medische zorg kan ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat eiser gedurende zijn verblijf in Duitsland medische zorg heeft ontvangen, waaronder een ziekenhuisopname van tien maanden, huisartsbezoeken en specialistische verwijzingen. Er is geen bewijs dat Nederland het meest aangewezen land is voor zijn medische behandeling. Indien eiser meent dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt, dient hij dit in Duitsland aan te vechten.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet zij geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.