ECLI:NL:RBDHA:2024:1450
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens ongegrond beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Roemenië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 31 januari 2024. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van verweerder aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank het samenhangende beroep ongegrond verklaard.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.